Het is 7.15 uur als ik de bomvolle Mysore les binnenloop bij Delight Yoga in Amsterdam. De zaal is warm en benauwd en een geur van zweet komt me tegemoet. Ik spot een plekje bij de muur. Ah, fijn. Iets minder afleiding en risico op aanvaringen. Terwijl ik door de ruimte loop zie ik mensen in de meest ingewikkelde houdingen staan. Leraar Govinda Kai herkent me en begroet me met een glimlach. Hij helpt een meisje in de voorste rij achterwaarts haar enkels te pakken. Ze slaakt een diepe kreun. Daarna volgt het herkenbare lachje van Govinda.

Ik ga zitten en probeer te landen en de aandacht bij mezelf te brengen, maar er is zoveel te zien. Aan de andere kant is iemand bezig met tic tocs. Hierbij ga je van de handstand naar brug en weer terug. Ze komt met een klap terecht. Het lijkt wel een martelkamer bedenk ik me. Wat doen die mensen hier allemaal zo vroeg? De eerste zijn om 6.30 uur al begonnen weet ik. In welke bochten wringen ze zichzelf allemaal? En wat doe ik hier eigenlijk zelf? O, ja Ashtanga yoga. Ademen en bewegen.

Pak je pols vast

Ik ga staan en start met ademen. De beweging volgt. Ok, ik ben begonnen. Tijdens de zonnegroeten ben ik nog steeds bezig om de aandacht bij mezelf te krijgen. Het is moeilijk, maar ik houd vol. Ik ga de staande houdingen in en vraag me nog steeds af of ik hier wel op mijn plek ben. Ondertussen breng ik de aandacht naar mijn geblesseerde hamstring. Zal ik mezelf niet overbelasten? Op het moment dat ik mijn tenen pak voor de evenwichtshouding pakt Govinda mijn enkel en brengt het been hoger. Wow het lijkt wel of er ruimte ontstaat naast de hamstring. Ik buig voorover en breng mijn neus richting de knie. Dit gaat goed. Ik ga door en tijdens de krijgers begin ik er zelfs plezier in te krijgen. Eigenlijk is het net als met hardlopen. Je moet altijd even door de eerste 20 minuten heen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een jongen in de eerste staande houdingen. Hij is duidelijk nog niet zo lang geleden begonnen. Wat een moed om in een groep als deze te starten in een mysore les, denk ik.

Ik ga verder naar de zittende serie. “Pak je pols vast”, fluistert de assistent van Govinda als ik voorover buig. Pak mijn pols? Ik was blij toen ik van mijn tenen eindelijk de buitenkant van de voeten kon vastpakken, maar verder dan dat? Daar zijn mijn armen toch veel te kort voor? Ik verbaas mezelf wanneer het toch lukt. Wow. Ja, ik ben hier om te werken en dat voel ik. Nog een voorover buiging, weer een vinyasa en dan uiteindelijk de boot. Yes dat betekent dat ik al op de helft ben. Ik beweeg langzaam naar de armbalans oefeningen. En dan, wat was de volgorde ook alweer van al die moeilijke houdingen daarna. Ik blijf ademen en bewegen. Het maakt eigenlijk ook niks uit. Aan de achterkant van de zaal komen bij iemand emoties los. Wat een krachtige practice is dit toch.

Eindhoudingen, te beginnen met de brug. Deze houding is de afgelopen weken in mijn practice thuis een aandachtspunt geweest. Ik ben benieuwd naar de ruimte die ik nu heb. De ruimte is er en de benen voelen stevig. Zou ik het weer kunnen? De drop-backs? In de Ashtanga mag je door naar de volgende serie wanneer je van stand naar de brug kan en weer terug. Je begint hiermee te oefenen onder begeleiding van een leraar. Ik was zover dat ik hiermee mocht beginnen en toen… werd ik zwanger en toen… nog een keer. De laatste keer dat ik hiermee geoefend heb is dus al 5 jaar geleden. Ik ga staan met mijn handen in bidhouding. Govinda geeft me een knikje. Ik ben zo aan de beurt. Ik vertel hem dat ik 5 jaar geleden een paar keer heb geoefend en sindsdien niet meer. Het bekende lachje klinkt weer. “No problem”, zegt hij en pakt mijn onderrug vast. Ik kruis mijn handen voor de borst. Geconcentreerd op de ademhaling buig ik achterover. 3x zo ver mogelijk en weer terug. “Wait till you see the ground”, zegt Govinda als ik voor de 4e keer buig. Als ik de grond zie strek ik mijn armen en kom met een zachte beheerste landing neer. “Easy”, zegt Govinda en hij telt mijn adem. Bij 5 helpt hij me weer terug omhoog. Wow. De opening voelt heftig. Ik ga zitten en buig voorover. De liefdevolle handen van de assistent duwen mij nog verder naar voren. Ik pak mijn pols en adem. Het lijkt of er letterlijk iets van mijn rug afvalt. Ik verplaats mijn mat, zoals hier gebruikelijk, naar de achterkant van de zaal voor de finishing houdingen.

Practice, practice and all will come

In Savasana bedenk ik me hoe sterk de practice gekoppeld is aan de ademhaling. De adem helpt je te openen. Wanneer een stuk geopend is krijg je weer een nieuwe houding die nog verder gaat. Zo leer je steeds opnieuw je adem te vinden en te beheersen. En zo beleef ik dat ook van de mat af. Laatst zij iemand tegen mij: “Ik dacht dat jij alles altijd zo onder controle had. Je doet ’s morgens je oefeningen en de rest van de dag loopt alles soepeltjes.” Nee, helaas werkt dat niet zo. Ik merk ook dat hoe meer yoga je doet, hoe meer je opent. Hoe meer je dus ook binnen krijgt en moet verwerken. Daarbij heb ik het dus nog steeds vaak hard nodig om op adem te komen.

Het maakt dus niet uit in welke houding je zit. Iedereen kent op zijn eigen niveau zijn eigen struggles. Met de adem kun je proberen ruimte maken en als dat niet lukt is er morgen weer een nieuwe practice, een nieuwe kans. Zoals grondlegger van de Ashtanga Yoga Pattabhi Jois altijd zei: practice, practice and all will come. Morgen weer dus. Zelfde tijd, zelfde plek, nieuwe uitdagingen.